Koala

Anna ontmoette ik voor het eerst op het schoolplein. Ze zat ergens achteraf op de grond, weggedoken achter een boom. Ze had bruin, stijl haar en droeg kaplaarzen. Aan haar lengte te zien was ze een jonge kleuter. Ik pakte haar hand om haar daar weg te halen, maar ze verzette zich hevig en bleef zitten. Ik bewonderde haar direct om haar stevige mening. 
Anna wou onzichtbaar blijven.

Twee jaar later kwam ze bij mij in groep 3. In die tijd maakte ik korte filmpjes voor ouders, om te laten zien waar we in de klas mee bezig waren. Op een van de opnames zie je hoe Anna tijdens de kleine pauze haar mandarijn pelt boven een prullenbak. Dan laat ze per ongeluk de hele mandarijn in de prullenbak vallen. Ze kijkt op naar de camera. Je ziet angst in haar ogen. 
Haar rugzak was tot op de draad versleten. Elke dag kwam ze te laat. Altijd rook ze naar urine. Aanrakingen vond ze lastig, samenspelen vond ze lastig. Maar ze werkte hard en kleurde tekeningen vol met roze, turquoise en geel. 

Na verloop van tijd liep het thuis zo uit de hand, dat alle instanties die al op het gezin waren gezet, acuut in actie kwamen. Vooral Anna zelf werd enorm onder de loep genomen. Ze werd op allerlei gebieden getest, alsof er iets mis zou zijn met háár.

Op Anna’s laatste dag op school, ergens in februari, was ze vrolijk als altijd. Wel keek ze vaak mijn kant op, alsof ze een antwoord van mij verwachtte.
Ik pakte een stoel zette haar naast mij neer. In de loop van de ochtend kroop ze steeds dichter naar me toe. Rond het middaguur zat ze op mijn schoot. Aan het eind van de middag hing ze als een koala om mijn nek. 
Ze vertrok. Zonder te trakteren, zonder een ouder die haar ophaalde, zonder jas aan. 
Een kind van zes jaar oud. Onzichtbaar.
Na schooltijd ben ik in de teamkamer gaan zitten en heb zitten brullen. Vertwijfeld riep ik naar mijn collega’s dat ik heus nog wel ruimte in mijn huis voor haar had. Ik kon toch mijn trapkast behangen? Er paste vast wel een bedje in.

De pen van Anna kraste diep in mij. Zo diep, dat ik besloot een paar jaar het onderwijs te verlaten. Inmiddels ben ik weer terug. Hoe het met Anna gaat, weet ik niet. Ik weet wel dat ik weer andere Anna’tjes zie, in de klas of online.
Ik kan hun pijn niet wegnemen. Ik kan de situatie maar tot op zekere hoogte veranderen. Maar wat ik wel kan doen, is ze op de stoel naast me zetten zolang ik ze bij me heb.