Fietstassen

Volgens mij lijk ik, van alle foto’s die ooit van mij zijn gemaakt, op deze het minst op mijzelf. In 2008 woonde ik in Enschede met de Tweede Ex, over wie ik tactisch zal zwijgen.

Inderdaad, in Enschede. Het meest exotische daar was dat ik vanuit onze woonkamer zo de afdeling kunstboeken van de bibliotheek in kon kijken. Als een Tukker iets boeiends vertelde, en ik reageerde met mijn Rotterdams/Haagse accent zo van: ‘Dat meeeen je niet’, zei de persoon in kwestie: ‘Dat meen ik wèl’ om zich licht beledigd om te draaien. Voor alle duidelijkheid: ik heb niks tegen Twente, maar ik begréép het daar gewoon niet.

Je ziet mij hier in de functie van secretaresse bij een bouwbedrijf. Mijn belangrijkste taak was het dagelijks inscannen van facturen, wat zo’n twee uur kon duren. Je ziet een kast met enveloppen voor de noodzakelijke bedrijfscorrespondentie. De roze sjaal op de kapstok was van mij.

Ik herinner mij veel bezoeken op Hyves (een soort voorloper van Facebook. Ik mis de dansende banaan soms nog) en een vrij lange fietstocht van en naar het bedrijf. Smartphones waren er voor de massa nog niet. Ik had een MP3-spelertje zonder scherm, waar je maar liefst drie cd’s op kon laden. Ik luisterde vooral naar Acda en de Munnik in die tijd. Ook had ik gebloemde fietstassen van Kitsch Kitchen.
Wat dus het meest opvalt is mijn uiterlijk. Vol in de make-up, geverfd en gestraight haar en een ketting van Otazu om mijn hals. Het topje was van Steps.

Dit is een foto van een overgangsperiode, een soort overcompensatie naar het vrouwelijke. Ik was niet heel gelukkig daar, maar er ging verandering komen. Ik deed de deeltijd lerarenopleiding en wist dat ik het komende jaar zou gaan slagen. Ook wist ik dat ik naar Breda zou verhuizen en daar zou gaan lesgeven. Wat ik niet wist, was dat mijn vader een paar maanden later dood zou gaan.
Ik vertrok uit Enschede en ben nooit meer teruggegaan. En niet omdat er ooit een Tukker in mijn fietstassen had geplast.

Ik begréép het daar gewoon niet.